Verdrag van Istanbul

Op 11 mei 2011 heeft de Raad van Europa de ‘Convention on preventing and combating Violence against Women and Domestic Violence’ aangenomen. Dit gebeurde in Istanbul, vandaar dat dit belangrijke verdrag voor de voorkoming en bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld kortweg ‘Istanbul Conventie’ of ‘Verdrag van Istanbul’ wordt genoemd.

Het Verdrag van Istanbul is een veelomvattend verdrag. Het bevat gedetailleerd omschreven verplichtingen om geweld tegen vrouwen te voorkomen en te bestrijden. Zo wordt in het verdrag benadrukt dat een gender sensitieve aanpak van geweld tegen vrouwen nodig is om geweld effectief te voorkomen en te verhelpen. Voorlichting en bewustwording zijn belangrijk om geweld tegen vrouwen te voorkomen. De Verdragsstaten moeten ook maatregelen nemen om discriminatie van vrouwen uit te bannen en de eigen kracht van vrouwen te bevorderen. Daarnaast moeten maatregelen ook mannen en jongens stimuleren om actief bij te dragen aan het voorkomen van geweld tegen vrouwen. Het verdrag besteedt veel aandacht aan de maatregelen die nodig zijn voor de opvang en bescherming van slachtoffers.

Ratificatie en inwerkingtreding Nederland
Voor Nederland trad het Verdrag van Istanbul op 1 maart 2016 in werking. Hiertoe moest eerst wet- en regelgeving aan de eisen van het verdrag worden aangepast en het Parlement akkoord gaan met de goedkeuringswet voor de ratificatie van het verdrag en de uitvoeringswet ervan. Dat gebeurde in juni 2015 (Tweede Kamer 9 juni/Eerste Kamer 23 juni). Op 18 november 2015 is het ratificatieproces formeel voltooid.

In de voorbereiding van de ratificatie van het Verdrag van Istanbul organiseerde het ministere van OCW een consultatieronde, waarin ook de Nederlandse Vrouwen Raad om een reactie werd gevraagd.

Pleidooi voor preventie en integrale aanpak
In haar reactie pleit de Nederlandse Vrouwen Raad voor meer nadruk op preventie van geweld o.a. door bewustwordingscampagnes en campagnes met empowerment als doel. Inzetten op preventie bespaart op termijn kosten voor melding, opvang en vaak langdurige hulpverlening, eenvoudigweg doordat het geweld niet plaats vindt. Het bevorderen van economische zelfstandigheid van vrouwen is een belangrijk element in empowerment en dus in preventie. Ook ondersteunt de Nederlandse Vrouwen Raad het voorstel van de (toenmalige) Federatie Opvang (nu Valente) om een gratis telefonisch nummer voor hulp voor (vrouwelijke) slachtoffers en direct betrokkenen in te stellen, zo nodig anoniem, ter versterking van een preventieve aanpak.

Voorts bepleit de Nederlandse Vrouwen Raad een kabinetsbrede en structurele aanpak. De genderspecifieke oorzaken van geweld tegen vrouwen en meisjes liggen op het terrein van meerdere ministeries. En niet alleen de rijksoverheid voert hierop beleid, ook de lokale overheden hebben in de decentralisatie een rol gekregen in de aanpak van huiselijk geweld en opvang van slachtoffers. De Nederlandse Vrouwen Raad benadrukt in haar reactie het belang van genderspecifiek beleid op alle niveaus (landelijk, regionaal, lokaal).

Evaluatie
De Raad van Europa (Council of Europe) heeft een evaluatiesysteem opgezet bij de inwerkingtreding van de Istanbul Conventie om te controleren of in de verschillende Verdragsstaten de juiste maatregelen zijn genomen en in de praktijk worden uitgevoerd. Een onafhankelijke GRoup of Experts on action against VIOlence against women and domestic violence, kortweg GREVIO, organiseert de evaluaties en adviseert over de conclusies ervan. 

Aleid van den Brink, die jarenlang directeur van de Blijf Groep was en vertegenwoordiger van de Nederlandse Vrouwen Raad in de Observatory on Violence against Women van de European Women’s Lobby, is door Nederland benoemd tot lid van dit GREVIO comité.

Inmiddels heeft de eerste Nederlandse evaluatie plaatsgevonden (2018/2019). De ministeriële verantwoordelijkheid voor de evaluatie waarbij (vrouwen-)organisaties zijn betrokken, valt onder het ministerie van VWS.

Op 12 februari 2018 heeft het secretariaat van het GREVIO comité Nederland verzocht een rapportage in te dienen over de uitvoering ervan. Deze rapportage werd op 6 september 2018 door minister De Jonge van VWS – mede namens zijn collega’s van J&V en van OCW – zowel naar het GREVIO comité als naar de Tweede Kamer gestuurd.

Zie de brief aan de Kamer, de rapportage en de bijlagen op de website van de Tweede Kamer.
Zie de Engelstalige versie van de rapportage met bijlagen op de website van het Netwerk VN Vrouwenverdrag.

Schaduwrapportage Verdrag van Istanbul
Op 31 oktober 2018 heeft het Netwerk VN Vrouwenverdrag de Istanbul Schaduwrapportage ‘Joining forces to break the circle of violence against women’ naar het GREVIO comité gestuurd. 52 organisaties, waaronder de Nederlandse Vrouwen Raad, hebben deze rapportage ondertekend. De input van de deelnemende Ngo’s, door middel van de Schaduwrapportage Verdrag van Istanbul, is mee gewogen in het evaluatierapport van het GREVIO comité. 

In maart 2019 heeft het GREVIO comité Nederland bezocht om de voortgang van de implementatie van het Verdrag van Istanbul in Nederland te evalueren. 

Namens de Nederlandse Vrouwen Raad heeft Christine Nanlohy, vertegenwoordiger van de Nederlandse Vrouwen Raad in het Netwerk VN Vrouwenverdrag, deelgenomen aan de evaluatiebijeenkomsten van het GREVIO comité.

Christine heeft daar gepleit voor een Nationale Rapporteur Geweld tegen Vrouwen, analoog aan de Nationale Rapporteur Mensenrechten. Tevens heeft zij specifieke aandacht gevraagd voor de ratificatie en implementatie van het Verdrag van Istanbul voor de BES-eilanden (Bonaire, St. Eustatius, Saba). Daarnaast heeft Christine ook het punt van de onveilige omstandigheden in asielzoekerscentra voor vrouwen en meisjes benoemd, en melding gemaakt van het Manifest en de Toolkit die naar aanleiding van een symposium van de Nederlandse Vrouwen Raad over Vrouwen, Vluchtelingen, Veiligheid zijn uitgegeven. Manifest en Toolkit zijn op hun verzoek naar de leden van het GREVIO comité gestuurd. 

GREVIO kritisch over genderneutrale aanpak van (huiselijk) geweld in Nederland
Op 20 januari 2020 is de eerste evaluatie van de implementatie van het Verdrag van Istanbul in Nederland uitgebracht. Het GREVIO comité uit daarin kritiek op de gender neutrale aanpak waarvoor Nederland heeft gekozen. Juist deze gender neutrale benadering kan leiden tot een blinde vlek, terwijl vrouwen veel vaker slachtoffer zijn van huiselijk geweld dan mannen. Het kan er zelfs onbedoeld toe leiden dat vrouwen opnieuw met huiselijk geweld te maken krijgen.

Het evaluatierapport omvat een uitgebreide analyse van de implementatie door Nederland van de bepalingen van het Verdrag van Istanbul. Benadrukt wordt de lange historie van het holistische beleid en de wetgeving waarmee de Nederlandse regering huiselijk geweld aanpakt, daarbij inbegrepen de aanpak zoals beschreven in het nationaal actieplan ‘Geweld hoort nergens thuis’ (2018-2021)  en de ‘one-stop-shop’ huiselijk geweld programma’s (Safe Home). Het GREVIO comité benoemt de lopende inspanningen van Nederland om jongeren bewust te maken van de noodzaak van gezonde intieme relaties, en het feit dat het budget dat besteed wordt aan programma’s tegen kindermishandeling en huiselijk geweld flink is verhoogd.

In Nederland wordt het probleem van (huiselijk) geweld steeds meer op een gender neutrale manier benaderd. In beleidsstukken gaat het over ‘geweld in afhankelijkheidsrelaties’ in plaats van over ‘huiselijk geweld tegen vrouwen’. Dit vanuit de gedachte dat huiselijk geweld, waaronder ook kindermishandeling, moet worden aangepakt ongeacht leeftijd, geslacht, relaties, seksuele geaardheid. 

Het GREVIO comité ziet veel positieve elementen in die brede aanpak. Maar als hulpverleners en andere professionals die gendergevoeligheid missen, kan dat leiden tot hiaten in bescherming en ondersteuning. Ze zouden er minder alert op kunnen zijn dat er vaak machtsongelijkheid bestaat tussen mannen en vrouwen. 

Dat risico doet zich bijvoorbeeld voor als bij partnergeweld geen rechtszaak volgt, maar een schikking. Het slachtoffer krijgt daardoor geen stem in de procedure en heeft geen mogelijkheid om haar rechten op te eisen als slachtoffer. Familierechtbanken denken vaak dat huiselijk geweld eindigt na een echtscheiding en besluiten tot gezamenlijke voogdij. Volgens de experts moeten ze zich meer richten op gedrag uit het verleden van een dader en op de veiligheid en het welzijn van de kinderen.

Persbericht Council of Europe: Violence against women and domestic violence in the Netherlands: a stronger gender perspective is needed  

Reactie Nederlandse regering
De Nederlandse regering heeft zowel voor als na de publicatie van de eerste evaluatie van het GREVIO comité gereageerd op de resultaten van de evaluatie.

De Raad van Europa heeft een folder en een brochure met FAQ’s over het Verdrag van Istanbul uitgebracht.

De tekst van het verdrag zelf vind je HIER (Council of Europe Treaty Series – No. 210).

Meer Kennis