#caption
#caption


Mansholt

Theda W. S. Mansholt, grondlegster van het Landbouwhuishoudonderwijs en eerste directeur van de Rijksschool voor Landbouwhuishoudonderwijs
Meeden, 28 juni 1879 - Arnhem, 7 december 1956
Theda Mansholt groeide op als boerendochter in een bekende progressieve familie in de Westpolder in het noorden van Groningen, temidden van vier broers. Haar vader, afkomstig uit Noord Duitsland,  vestigde zich in 1866 als boer in Nederland. Hij was behalve pionier bij het ontwikkelen van 'nieuw land', actief op sociaal en politiek gebied en bevriend met Multatuli en Domela Nieuwenhuis. 
Theda Mansholt volgde de opleiding tot huishoudlerares te Groningen en Nijmegen.
Van 1909 tot 1913 was zij lerares aan de 2-jarige zomercursus voor meisjes aan de Rijkslandbouwwinterschool te Veendam, een eerste initiatief voor onderwijs aan meisjes ten plattelande.
In 1910 kreeg Theda Mansholt een regeringsopdracht voor een studiereis naar Denemarken en Noord Duitsland, om daar het onderwijs aan boerendochters te bestuderen. Het resultaat was ondermeer de oprichting van de Rijksschool voor Landbouwhuishoudonderwijs op het landgoed Rollecate te Den Hulst (Ov) in 1913. Zij werd de eerste directrice evenals later van Nieuw-Rollecate te Deventer tot 1941. Naast directrice was zij docent Koken en Voedingsleer, Methodiek en Huishoudelijk beheer.
Ook internationaal was Theda Mansholt aktief. Zij hield voordrachten in het buitenland, maakte studiereizen naar congressen. Zo verzorgde zij op het vijfde Internationale Congres voor Huishoudonderwijs in 1934 te Berlijn de Nederlandse bijdrage over de noodzakelijkheid van een wetenschappelijke organisatie in de huishouding in het belang van de vrouw.
Het landbouwhuishoudonderwijs was van groot belang voor de ontwikkeling van het platteland. Begin vorige eeuw gingen wetenschappelijke inzichten een rol spelen, zoals de ontdekking van bacteriën en vitaminen. Voor huisvrouwen was dit vaak verwarrend, wat moesten zij daar mee? Die dingen zouden overal aanwezig zijn, maar ze waren nergens te zien.
De opleiding tot huishoudlerares was ook van belang om opgedane kennis op het platteland te houden. Sommige meisjes van de 'betere' families gingen na de HBS naar de universiteit, waar ze vaak een mooie stadse meneer tegen kwamen, en zo verloren gingen voor het platteland.
Theda Mansholt was een vooruitstrevende en strijdbare vrouw. Zo doorbrak zij nogal eens de traditie van de vergaderingen met louter mannelijke sprekers, door het woord te voeren over zaken die zij belangrijk vond.
In 1941 ging Theda Mansholt met pensioen. Zij was officier in de Orde van Oranje Nassau. In 1951 werd de huishoudschool in Haren naar haar vernoemd.

door Elke Boerma, Stichting Zij Hij in Beeld.

Bronnen:
Een half miljoen boerinnen in de klas. Landbouwhuishoudonderwijs vanaf 1909, Margreet van der Burg, De Voorstad Heerlen 1988.
Het landbouwhuishoudonderwijs in Nederland, ontstaan, ontwikkeling en betekenis 1908 – 1965, Greta G. Smit, Staatsuitgeverij 's Gravenhage, 1966.
Vrouwen van het land. Anderhalve eeuw plattelandsvrouwen in Nederland, Red. Fransje Backerra, De Walburg Pers 1989.
Jubileumboek: Rollecate 75 jaar in beweging, Uitg. Nieuw Rollecate, Rijkshogeschool IJsselland, 1989. 
De Westpolder, 125-jaar, Dr. Hilde Krips-van der Laan, Profiel Uitgeverij Bedum, 2000.
De lokroep van de 'spinazie-academie', Jantien de Boer,  Nieuwsblad van het Noorden, 4 februari 1989.


Uitgebreid zoeken