#caption
Willemien Koning Vrouwenvertegenwoordiger 2018
#caption


Een oud instituut met hedendaagse noodzaak

In hartje Amsterdam op het Leidseplein staat het authentieke winkeltje van Tesselschade, Arbeid Adelt (TAA). Na jaren van voorbij lopen en af en toe bewonderend in de etalage turen, stap ik nu eindelijk eens een keer de “winkel van de pannenlappen” binnen. Ik ontmoet daar Mieke van Leeuwen landelijk voorzitter en Irene Voorn, penningmeester van de afdeling Amsterdam. Terwijl ik in de winkel word ingewijd in zeer kunstig handgemaakt smockwerk, slaaphazen en morsmouwen, benadrukt Irene Voorn dat hun instituut echt voor veel meer dan die “pannenlappen” staat. De beeldvorming is iets dat deze filantropische organisatie al sinds haar bestaan bezig houdt, vertelt Mieke van Leeuwen. Het bevorderen van de economische zelfstandigheid van vrouwen is als ideëel doel van TAA bij velen helaas nog niet bekend.

 

TAA maakt zich al sinds het einde van de 19de eeuw sterk voor economische zelfstandige vrouwen. In oktober 1871 richtte Betsy Perk de Algemeen Nederlandsche Vrouwenvereeniging 'Arbeid Adelt' op. Deze had een voor die tijd revolutionair doel, namelijk vrouwen ondersteunen die openlijk toegaven geld te willen verdienen met hun handwerkproducten. Een dappere 'coming out' in een tijd waarin een zogeheten “beschaafde vrouw” geacht werd haar leven te besteden aan een echtgenoot en het moederschap. En niet aan zoiets banaals als geld verdienen. Al gauw echter roerden zich in 'Arbeid Adelt' conservatievere krachten. Die splitsten zich in 'Tesselschade' af, waarin de echt “beschaafde” vrouwen hun handwerk konden verkopen zonder hun naam bekend te maken.

 

Voor TAA is opleiding een cruciale factor bij het bereiken van economische zelfstandigheid, aldus Mieke van Leeuwen. Het financieel steunen van studentes bij het volgen van een opleiding is nog steeds actueel en zinvol. Met het Betsy Perk Opleidingsfonds, opgericht in 1939, wordt een tweede weg bewandeld, naast de verkoop van handwerk door professionele particulieren. Namelijk door  studiekosten voor vrouwen te financieren. Zo hebben 51 vrouwen alleen al in 2016 kunnen studeren met zicht op een baan.

 

Nog altijd staat bij TAA de zeer hoogstaande kwaliteit van het handwerk voorop. “Via naschoolse activiteiten proberen we het handwerken weer bij jonge meiden te introduceren,” zegt Irene Voorn die zelf ook onderwijzeres is. “Door het bewaren van oude handwerktechnieken proberen we bij de verkoop onderscheidend te zijn. We krijgen ook wel eens modeontwerpers in de winkel die bepaalde oude technieken willen leren.” “En met een fonds bedoeld voor (oud)handwerksters die niet meer, of veel minder kunnen werken en in financiële moeilijkheden komen tonen we ook onze solidariteit. We laten onze handwerksters niet in de steek!” Aldus Irene.

 

“We zijn ons bewust van ons imago en willen meegaan met de tijd,” zegt Mieke. “Er is nog veel werk aan de winkel. Maar: een oud instituut verander je niet met revolutie maar met evolutie.” Trouwens, met die afscheiding van de Tesselschade dames kwam het helemaal goed. De beide stromingen kwamen alsnog weer bijeen in het TAA van nu. Weer buiten, uit dat kleine winkeltje, genoot ik na van het prachtige vakwerk, met in mijn hoofd rijkelijk stof tot nadenken over de lange mars van de vrouwenemancipatie.


Uitgebreid zoeken