Ga naar homepage
#caption
#caption
Activiteiten > Verslag expertmeeting Nederlands prostitutiebeleid in Europese context

Nederland behoort tot de minderheid van landen in Europa waar prostitutie als een beroep wordt gezien en het beleid gericht is op decriminalisering ervan. In het Nederlandse beleid wordt onderscheid gemaakt tussen vrijwillige en gedwongen prostitutie. Voor de vrijwillige prostitutie is het beleid gericht op regulering van de branche waar de sekswerker gezond en veilig haar (of zijn) beroep kan uitoefenen. Gedwongen prostitutie is een vorm van mensenhandel en daar wordt streng tegen opgetreden. 
In Europa wordt vreemd aangekeken tegen het Nederlandse prostitutiebeleid. In steeds meer landen in Europa wordt prostitutie namelijk gezien als een vorm van geweld tegen vrouwen die verboden moet worden of strafbaar gesteld. Reden voor de Nederlandse Vrouwen Raad om een bijeenkomst te organiseren waar informatie over het Nederlands prostitutiebeleid in de Europese context en over mensenhandel de boventoon voerde. Maar ook ruim tijd werd genomen voor discussie om tenslotte tot aanbevelingen te komen die het beleid kunnen verbeteren en de uitvoering kunnen ondersteunen.


Op 12 oktober 2015 was de NVR met ruim 80 deelnemers daartoe te gast in het Europa Huis waar achtereenvolgens een inleiding werd gehouden door Renée Römkens, directeur van kennisinstituut Atria, Corinne Dettmeijer, Nationaal Rapporteur Mensenhandel, Marianne Jonker, beleidsmedewerker van SoaAids Nederland, en Desirée Vliege, plaatsvervangend directeur Veiligheid en Bestuur van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Renee Romkens, directeur AtriaNederlands prostitutiedebat in Europese context
Probleem volgens Renée Römkens is dat er geen betrouwbare cijfers zijn die het debat over prostitutie kunnen onderbouwen, waardoor die discussie verzandt in meer of minder onderbouwde meningen. Doorgaans gaat het daarbij om twee tegenover elkaar staande visies. De visie waarin prostitutie wordt beschouwd als een vorm van geweld tegen vrouwen, en de visie waarin seksuele dienstverlening als vorm van arbeid wordt beschouwd.

“Het probleem ontstaat”, aldus Römkens, “als de posities generaliserend en in dwingend-normatieve termen worden gegoten. Dat maakt de dialoog lastig.”
De beleidstrends in Europa op het gebied van prostitutie corresponderen met de twee geschetste visies, namelijk: legalisering en criminalisering. Renee Römkens constateerde dat er een Europese trend waarneembaar is richting criminalisering, die ook binnen de Europese Unie en de Raad van Europa sterk aanwezig is. Het zogenoemde Zweedse model, waarin de klant strafbaar wordt gesteld, wordt daarbij vaak als voorbeeld gesteld. Begin vorig jaar heeft het Europees Parlement zelfs ingestemd met een resolutie die de criminalisering van prostituanten tot officieel EU-standpunt maakte.

Internationaal gezien ligt de Nederlandse aanpak van prostitutie dus gevoelig. Maar, zo vertelde Römkens, in augustus dit jaar kwam er bijval van mensenrechtenorganisatie Amnesty International die nu ook voor decriminalisering van prostitutie pleit. Amnesty wil alle vormen van prostitutie uit de illegaliteit halen, omdat prostituees op die manier beter beschermd kunnen worden.

Media-aandacht voor feitelijk voorkomende misstanden in de prostitutie, zoals mensenhandel in het algemeen en loverboyproblematiek in het bijzonder, heeft de publieke verontwaardiging doen toenemen, aldus Renée Römkens. De neiging bestaat daardoor om de verwevenheid van prostitutie en mensenhandel heel groot te maken.

Daarmee kwam zij terug bij het begin van haar betoog: de moeilijkheid van het voeren van de discussie zonder betrouwbare feiten en cijfers, en dat er wordt geargumenteerd vanuit morele posities die een dwingende normatieve lading krijgen. “Met als argument ‘bescherming tegen mensenhandel’ wordt  de facto ook een substantieel aantal legale sekswerkers het werk onmogelijk gemaakt.”
Römkens riep op een paar stappen terug te doen om het speelveld helder in kaart te brengen. Om te komen tot herdefiniëring en het stellen van de juiste vragen, en betrouwbare kennis te leveren. Wat is dwang? Wat is vrijwilligheid? Alleen dan kun je komen tot een open debat met alle betrokken partijen.
Zie de volledige tekst van de inleiding van Renée Römkens >>

Corinne Dettmeijer Nationaal Rapporteur MensenhandelWat hebben mensenhandel en prostitutie met elkaar te maken?
Corinne Dettmeijer, Nationaal Rapporteur Mensenhandel, benadrukte in haar inleiding dat mensenhandel en prostitutie geen synoniemen zijn van elkaar. “Maar de prostitutiebranche is wel een kwetsbare branche voor mensenhandel.” In Nederland is de exploitatie van prostitutie gereguleerd en vullen gemeenten dit beleid lokaal in. Maar niet alle gemeenten hanteren dezelfde regels. “Niet alles mag, en wat waar wel of niet mag is niet altijd duidelijk. Een mensenhandelaar kan misbruik maken van die onduidelijkheid en verschillen.” De Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden, die eind oktober in de tweede Kamer wordt behandeld, kan, volgens Dettmeijer, aan deze verschillen een einde maken als voor alle bedrijfsmatige prostitutie een vergunningplicht gaat gelden.

“Wat we in Nederland zien aan mensenhandelzaken in de prostitutie zijn vooral strafzaken waar vrouwen uit Midden- en Oost-Europa slachtoffer van zijn, en minderjarige Nederlandse meisjes. Die groepen komen ook het vaakst voor in de meldingen bij CoMensha, van mogelijk slachtofferschap. Wil dat zeggen dat alle vrouwen uit Midden- en Oost-Europa kwetsbaar zijn? En zijn ze daarom allemaal slachtoffer van mensenhandel? Dat denk ik niet. Er zijn mondige prostituees ook uit andere landen, uit Roemenië, Bulgarije. We moeten waken voor stereotypering.” Maar, zo benadrukte Dettmeijer, er zijn mensen die een risico lopen en die kwetsbaar zijn voor uitbuiting. Doordat ze niet weten hoe ze veilig kunnen werken, hoe ze hulp kunnen krijgen als ze die nodig hebben, en omdat ze niet weten wat hun rechten zijn. Omdat ze niet anders dan in hun eigen taal kunnen communiceren, en in alles afhankelijk zijn van anderen. Die kwetsbaarheid moet verminderen, omgevormd worden tot een sterkere positie waar dat mogelijk is.

Doel van de Nationaal Rapporteur is het aanpakken van mensenhandel. En dat ziet Dettmeijer in een breder verband dan het te voeren prostitutiebeleid. “Ik denk niet dat het feit dat mensenhandel vóór komt, alleen af hangt van het prostitutiebeleid zoals dat op papier staat. Dat mensen worden uitgebuit, komt helaas overal voor, ook in landen waar prostitutie verboden is of waar klanten strafbaar zijn. Er zijn veel factoren die de context kunnen bepalen waarin mensenhandel plaats vindt. En ook factoren die maken dat iemand in staat is om zich hiertegen te verweren, of niet.”
Zie de volledige tekst van de inleiding van Corinne Dettmeijer >>

Marianne Jonker, beleidsmedewerker SoaAids NederlandDe positie van sekswerkers
Marianne Jonker, beleidsmedewerker bij SoaAids Nederland, liep in haar inleiding de verschillende ontwikkelingen langs in het prostitutiebeleid. “Wij, sekswerkers en activisten, waren er trots op dat de overheid met de opheffing van het bordeelverbod in 2000 prostitutie erkende.” Exploitanten mochten hun bedrijf legaal runnen, mits zij zich aan vergunningseisen hielden zoals de garantie van vrijwillige prostitutie zonder dwang, goede en veilige arbeidsomstandigheden en een veilig seksbeleid. De overheid wilde dat de branche transparant en controleerbaar werd en gezuiverd van mensenhandel en uitbuiting. Evaluatie en onderzoek in de jaren daarna wezen echter uit dat de opheffing van het bordeelverbod niet het beoogde resultaat had opgeleverd: er was nog steeds (veel) mensenhandel. Het beleid was aan revisie toe.

Het wetsvoorstel Regulering prostitutie en bestrijden van misstanden bracht in 2008 een pakket nieuwe maatregelen met name gericht op het bestrijden van mensenhandel. Iedereen werkzaam in de seksindustrie moest zich verplicht registreren in een prostitutieregister. Klanten van sekswerkers kregen een vergewisplicht en werden geacht te controleren of de sekswerker wel geregistreerd was.  

Een van de thematafelsDe verontwaardiging was groot, aldus Marianne Jonker. Sekswerkers, belangenbehartigers, juristen, wetenschappers en gezondheidszorgorganisaties sloegen de handen ineen in een lobby tegen deze draconische voorstellen. Resultaat was dat de verplichte registratie en de vergewisplicht van klanten werden geschrapt. De minister moest het wetsvoorstel aanpassen. Nu ligt er een nieuw wetsvoorstel waarvan de behandeling waarschijnlijk eind oktober plaatsvindt.
Inmiddels is de prostitutiebranche enorm veranderd, aldus Jonker. “Internet is de belangrijkste plek voor vraag en aanbod, ook voor sekswerkers en hun klanten. Het aantal sekswerkers dat als zelfstandige escort of als thuiswerker werkt, is enorm toegenomen. “Wij  onderschrijven de doelstelling van het nieuwe wetsvoorstel - harmonisering van het vergunningenstelsel, verbeteren van de positie van sekswerkers en het bestrijden van mensenhandel - maar vrezen het omgekeerde effect. De combinatie van artikelen in het wetsvoorstel maakt het voor sekswerkers vrijwel onmogelijk om als ZZP-er, onafhankelijk van een exploitant, te werken. Sekswerkers die niet voor een exploitant willen werken en geen vergunning kunnen of willen krijgen zijn strafbaar. Terwijl vóór 2000 de wet het verbood om voor een derde te werken, dreigt 15 jaar later de wet het onmogelijk te maken voor sekswerkers om niet voor een derde te werken.”

Marianne Jonker sloot af met een pleidooi voor “een liberaal prostitutiebeleid, liefst zoals het in Nieuw-Zeeland bestaat: ongereguleerd, volkomen legaal en volledig ingebed in de samenleving. Prostitutie is arbeid en sekswerkers zijn ondernemers en prostitutiebedrijven zijn bedrijven zoals andere.”
Zie de volledige tekst van de inleiding van Marianne Jonker >>

Plv. directeur Veiligheid en Bestuur Desiree Vliege en projectleider Werner von DammeNulmeting geeft goed beeld van prostitutie in Nederland
Desirée Vliege, plv. directeur Veiligheid en Bestuur bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie ging in haar inleiding onder meer in op de verwarring rond prostitutie en mensenhandel. “Internationaal, maar ook nationaal, wordt Nederland soms gezien als een land waar op het gebied van prostitutie alles mogelijk is en seksuele uitbuiting wordt gefaciliteerd. Het tegendeel is waar: prostitutie-gerelateerde mensenhandel is juist beter aangepakt doordat, sinds de opheffing van het bordeelverbod, meer gehandhaafd wordt dan vóór 2000 toen alle vormen van exploitatie van prostitutie verboden waren maar feitelijk werden gedoogd.”

Ook zij liep de ontwikkelingen in het prostitutiebeleid langs en lichtte toe dat uit de evaluatie van de opheffing van het bordeelverbod - in 2006 – bleek dat er veel verschillen waren in gemeentelijke regelgeving en dat ook in de vergunde prostitutiebranche mensenhandel voorkwam. “Daarom kwam er een voorstel om de wetgeving aan te passen.” In dat voorstel gaat het om nadere regulering van de prostitutiebranche, waarin vrijwillige prostitutie plaats kan vinden met oog voor de veiligheid, gezondheid en het zelfbeschikkingsrecht van prostituees en om een branche waarin misstanden hard worden bestreden. Het voorstel biedt ook handvaten voor die bestrijding. Doordat alle seksbedrijven vergunning plichtig worden is het bijvoorbeeld niet meer mogelijk dat een escortbureau zonder vergunning in de ene gemeente wel en in de andere gemeente niet mag werken. Verder wordt in de wet geregeld dat er een leeftijdgrens voor prostituees wordt ingevoerd van 21 jaar.
De wetgeving is al enige tijd in procedure, aldus Vliege.  “Het wetsvoorstel is in de Eerste Kamer aangehouden in afwachting van een ‘novelle’. Deze novelle is in feite een nieuw wetsvoorstel dat het aangehouden wetsvoorstel wijzigt. Binnenkort vindt daarvan de plenaire behandeling plaats in de Tweede Kamer.”

Een van de thematafelsIn 2014 is, zo vertelde Desirée Vliege, de nulmeting voor de prostitutiewet uitgevoerd. In vier WODC rapporten wordt een beeld gegeven van de prostitutie in Nederland. Samen met de beleidsreactie er op zijn deze van belang om “beter zicht te krijgen op verwarring rondom dit thema”. In een van de deelonderzoeken zijn ruim 360 sekswerkers geïnterviewd. Van misstanden en gedwongen sekswerk lijkt volgens de onderzoekers niet of nauwelijks sprake bij de geïnterviewde prostituees zelf. Ook bij controle van de vergunde branche worden volgens gemeenten weinig misstanden geconstateerd.  
De meeste geïnterviewde sekswerkers zijn tevreden over de relatie met de exploitant. Zij geven de voorkeur aan het werkzaam zijn in de vergunde en daarmee legale prostitutiesector.

Uit een ander deelonderzoek blijkt onder meer dat in de optiek van 75 procent van de gemeenten de exploitanten van vergunde bedrijven de regelgeving redelijk tot goed naleven. Volgens de onderzoekers wordt het nalevingsgedrag van exploitanten positief beïnvloed door de hoge intensiteit van controles.
Vliege roemde de aanpak van mensenhandel, waaronder seksuele uitbuiting, in Nederland. Uitgangspunt is dat ieder signaal van mensenhandel wordt opgepakt. Via campagnes als Meld Misdaad Anoniem worden prostituees, klanten en ook medewerkers in de zorg aangespoord om signalen van mensenhandel door te geven. Alle inspanningen leiden jaarlijks tot de signalering van vele mogelijke slachtoffers van mensenhandel. In 2014 in totaal 1561 waarvan 66% in de seksindustrie. Het devies is dus: signaleren, signaleren en nog eens signaleren.
Zie de volledige tekst van de inleiding van mr. Desirée Vliege MPA >>

Aanbevelingen
De discussie aan de thematafels leverende behalve interessante gesprekken een reeks van aanbevelingen op die met stickers door de deelnemers in volgorde van belangrijkheid werden gezet. Enkele voorbeelden:
► Zorg voor  nadere definiëring van begrippen. Wat is vrijwillig? Wat is dwang? Gebruik de definiëring die al gegeven wordt in mensenrechtenverdragen als kader.
► Gebruik de expertise van beroepsgroepen in de prostitutiebranche. Gebruik deze voor (de ontwikkeling van) beleid en regelgeving. Maar vooral ook de signalering van misstanden.
► Zorg voor meer duidelijkheid in het wetsvoorstel dat nu ter behandeling in de Tweede Kamer ligt, met name in Artikel 1 (= definitie seksbedrijf). Maak onderscheid tussen bedrijven en ZZP-ers, pas de regeling aan voor ZZP-ers, ook thuiswerk moet mogelijk zijn. Geef ruimte aan nieuwe vormen van bedrijven, zoals coöperaties.
► Verzamel betrouwbare data. Onderzoek welke instanties informatie hebben op het gebied van mensenhandel, en breng dit bij elkaar.
► Erken ongelijke behandeling van mannen en vrouwen, erken hum economische ongelijkheid.

De aanbevelingen zijn inmiddels nader uitgewerkt en in een brief aangeboden aan de Tweede Kamerleden ten behoeve van de behandeling van de Wetswijziging regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche.

De foto’s zijn gemaakt door Nancy Tjong. Alle foto’s van de bijeenkomst vindt u op Facebook.nl/NLVrouwenraad

 

 

 

 



|  Printversie |  Sitemap |  Vorige pagina
Geplaatst: 21 september 2015 | Laatste bewerking: 26 januari 2016
Trefwoord:
Platform van en voor vrouwenorganisaties
Bereik circa 1 miljoen vrouwen. Voor gelijke rechten m/v en volwaardige participatie
Over de NVR
NVR in jaartallen
Bestuur
Adviescommissie
Deskundigenpool
Bureau
Samenwerking
Publikaties
Contributie
Contact
Platform van en voor vrouwenorganisaties
Bereik circa 1 miljoen vrouwen. Voor gelijke rechten m/v en volwaardige participatie
Over de NVR
NVR in jaartallen
Bestuur
Adviescommissie
Deskundigenpool
Bureau
Samenwerking
Publikaties
Contributie
Contact